Psalm 119 (deel 2)
Tekst : Psalm 119: 121-160
Thema : Wandelen met God
Inleiding
Je kunt deze tweede preek niet los zien van de vorige. Daarom vat ik de eerste preek nog even samen in de volgende punten.
Deze preek gaat dieper in op onze omgang met de Bijbel. Vooral op de vraag wat dat in de praktijk betekent.
Waarom zeggen we dat wandelen met God concreet gestalte krijgt in onze omgang met de Bijbel? Dat volgt overduidelijk in Psalm 119. De schrijver zoekt God en dat doet hij door intensieve omgang met de Bijbel. God en de Bijbel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat komt prachtig naar voren in vers 124:
Toon uw dienaar uw genade en trouw,
onderwijs mij in uw wetten.
Hieruit spreekt het verlangen om Gods genade en Gods trouw ter ervaren. Die kunnen we ervaren in onze omgang met de Bijbel. Hier aangeduid als “uw wetten”. Veel verzen in psalm 119 bestaan uit twee regels die beiden bijna hetzelfde zeggen, die twee kanten van dezelfde medaille laten zien. De tweede regel gaat over omgang met de Bijbel, door God zelf onderwezen worden in de Bijbel. Dat is synoniem voor het ervaren van Gods liefde en trouw in de eerste regel.
Datzelfde komen we tegen in vers 135:
Laat het licht van uw gelaat over mij schijnen,
onderwijs uw dienaar in uw wetten.
Door de omgang met de Bijbel, waarin we door God zelf worden onderwezen schijnt het licht van Gods aangezicht over ons. Luther heeft ooit gezegd: Christus komt ons tegemoet in het gewaad van de Bijbel. In de omgang met de Bijbel worden we door de Geest onderwezen, ontmoeten wij Christus, ervaren we Gods genade en trouw en schijnt het licht van Gods aangezicht over ons leven.
Dat bepaald onze houding tegenover de bijbel. Onze omgang met de Bijbel is dan ook niet in de eerste plaats een zaak van kennis opdoen. Het is niet in de eerste plaats een zaak van het hoofd maar een zaak van het hart.
Ik lees: “ik heb uw geboden lief, meer dan goud, dan zuiver goud” (127), en “uw richtlijnen zijn voor mij een wonder, daarom volg ik ze met heel mijn hart” (129) en “ dorstig opent zich mijn mond, zo hunker ik naar uw geboden” (129).
In die liefde en hunkering naar de Bijbel zit de hunkering naar God. Iets verderop staat dat ook “mijn hartstocht voor u verteert mij” (vers 139). Die twee lopen in elkaar over, de hunkering naar God resulteert in de hunkering naar de Bijbel.
Deze bijna verheven manier van spreken over onze omgang met de Bijbel kan ook iets vaags hebben, iets ongrijpbaars, iets mystieks. Uiteindelijk zal er een praktische vorm moeten zijn van omgaan met de Bijbel. 3 dingen over omgaan met de Bijbel.
Door de hele Psalm heen worden momenten genoemd waarop de Bijbel open gaat. Vroeg in de morgen (147) en laat in de avond (148) is de dichter bezig met de Bijbel. Soms staat hij er ’s nachts voor op, zeven maal per dag zingt hij een lofzang op de Bijbel (164). Je zou kunnen zeggen dat het ritme van het leven bepaald door de omgang met de Bijbel.
De dagindeling van veel kloosters is gebaseerd op Psalm 119:164. Zeven maal per dag is er een tijd van lezen, bidden, zingen en overdenken over de Bijbel. Het ritme van het leven wordt daar inderdaad bepaald door de omgang met de Bijbel. Heel praktisch, heel concreet. Alles is erop gericht God steeds meer te leren kennen.
Is zo’n leven alleen weggelegd voor monniken? Hoe moet het dan met mensen die volop in het leven staan? Het jachtige leven vol met verplichtingen en impulsen. We kunnen niet allemaal in een klooster gaan leven. Ik wil dat ook niet als ideaal beeld voorschotelen. Toch geloof ik dat we in deze jachtige tijd iets essentieels dreigen te verliezen. Namelijk een vast ritme van bidden en bijbellezen. Rust en de ruimte voor een dagelijkse ontmoeting met God.
Het tweede praktische aspect in Psalm 119 is overdenken, uit je hoofd leren, opbergen in je hart. Zowel hoofd als hart zijn er dus bij betrokken. Eigenlijk kun je twee dingen onderscheiden: uit je hoofd leren en overdenken.
Eerst iets over uit je hoofd leren. Er is nog iets anders dat ons er op duidt dat de woorden van uit het hoofd werden geleerd. We herinneren ons nog dat Psalm 119 is opgebouwd uit strofen van 8 verzen, waarbij alle verzen met dezelfde letter van het alfabet begint. Dan kun je zien als een kunst maar dat heeft ook een praktische bedoeling. Namelijk om de woorden gemakkelijk te kunnen onthouden, uit je hoofd kunt leren.
Nu weet ik ook wel dat dit vroeger noodzakelijk was. Want papier, perkament, boekrollen die waren veel te duur voor de gewone man. Wilde men beschikken over de woorden van God, dan moesten ze gewoon uit het hoofd worden geleerd. Dat gebeurde dan ook.
Wij hebben dat niet meer nodig. Wij hebben het gedrukte woord. Je tegenwoordig zelfs de bijbel op je mobiel laden en elk moment van de dag raadplegen. Dus waarom zouden we nog de woorden van de Bijbel uit ons hoofd leren?
In de jaren 70-80 van de vorige eeuw was onder evangelische christenen erg in de mode om delen van de bijbel uit je hoofd te leren. Er bestond zelfs een cursus. Wij hebben als gezin hele hoofdstukken uit ons hoofd geleerd: Psalm 1, 1 Cor 13, etc. Tegenwoordig wordt dat als wettisch gezien. Een beetje ouderwets.
Toch geloof ik dat het uit je hoofd leren van de Bijbel veel meer teweeg brengt dan vaak wordt gedacht. Daardoor worden de woorden van God een deel van jezelf, ze zijn in je geheugen, in je gedachten, in je hart. Je draagt ze als het ware met je mee. Ze worden een deel van jezelf
Zo kun je dan ook de woorden van God overdenken, je kunt er over mediteren. Over de betekenis van die woorden voor mijn leven. Zo als u weet ben ik op een boerderij opgegroeid. Ik ben altijd er gefascineerd geweest door dieren en in het bijzonder door koeien. Het bijzondere van een koe is dat zij het eten herkauwt. Eerst eet de koe het gras en gaat er vervolgens eens rustig bij liggen om het nogmaals te herkauwen.
Dat is eigenlijk wat je doet als je mediteert. Het woord dat je tot je hebt genomen, opgeslagen in je geheugen, je gedachten, herkauwen, overdenken. Zo daalt het woord van God in ons hart, zo woont het woord van Christus rijkelijk is ons zoals Paulus dat onder woorden brengt.
De Bijbel is geen grabbelton van teksten om je eigen gelijk te bewijzen. Geen encyclopedie voor gedrag. Zo van, we hebben een probleem, dat zoeken we op. Onze omgang met de Bijbel is wandelen met God, door God zelf onderwezen worden, zo wordt zijn woord werkelijk onderwijzing, werkelijk Thora. Zo groeien we in wijsheid, inzicht en verstand.
Er is nog een derde praktisch aspect aan de omgang met de Bijbel. Dat is je houden aan het Woord van God, het woord in acht nemen. Heel praktisch: leven in gehoorzaamheid aan het Woord van God. Komt meer dan 25 maal voor in Psalm 119.
Er wordt in Psalm 119 heel regelmatig gesproken over het gaan van de weg van God. Wanneer wij ons houden aan het Woord van God, dan gaan we de volmaakte weg. Zo begint Psalm 119. Het gaat er om dat onze levenswandel, onze levensstijl in overeenstemming is met het Woord van God.
Als het gaat om leven in gehoorzaamheid aan de Bijbel, dan blijkt het leven en vooral ons hart erg weerbarstig te zijn. Dan blijkt het leven vol verleiding te zijn. Maar ook dat is psalm 119 niet vreemd.
De dichter weet maar al te goed hoeveel bedrieglijke wegen er zijn en vraagt God om hem daar ver van te houden (vers 29). Hij weet maar al te goed van de leegheid die de wereld biedt en hij vraagt aan God om zijn ogen ervan af te houden (vers 36, 37). Hieruit spreekt absoluut niet de illusie dat we er zelf wel tegenop kunnen. Dat we met de Bijbel in de hand wel weerstand kunnen bieden tegen de verleiding en de leegheid die ons bedreigt. Alleen God zelf kan ons ver van het bedrog van de welvaart houden en de leegte van het vermaak.
Daarom zijn de drie praktische aspecten: een vast ritme, memorisatie en meditatie en leven in gehoorzaamheid aan de Bijbel, dan ook niet een bepaalde methode. Er zit niet de gedachte achter dat je het met zo’n methode wel redt.
Heel Psalm 119 is één lang gebed om bijstand, om hulp, om verlichting van de Geest van God om staande te kunnen blijven te midden van een wereld vol verleiding, gebrokenheid en vijandschap.
Maar wel een gebed dat voortkomt uit het geloof en het vertrouwen dat God altijd met ons meegaat, dat Hij ons als gaandeweg onderwijst in zijn trouw en genade, dat is Thora.
We worden uitgenodigd om te wandelen met God door onze omgang met de Bijbel, om Christus te ontmoeten in het gewaad van de Schrift.